Waterman

Verzekeringsman ontwerpt zijn eigen vulpen na het verknoeien van een polis

LEWIS EDSON WATERMAN (1837-1901)

Lewis Edson Waterman werd in 1837 geboren in Decatur, Otsego County, New York. Zijn opvoeding werd verwaarloosd en hij ging zelden naar school. Op zijn zestiende verhuisde hij met zijn ouders naar Illinois. Hij was ondernemend.

Vier jaar lang werkte hij tijdens de zomermaanden als timmerman en in de winter, na veel zelfstudie, als onderwijzer. Zijn gezondheid stond handenarbeid niet langer toe zodat hij in zijn onderhoud voorzag met lesgeven, het verkopen van boeken en het onderwijzen van stenografie.

Door het slijten van boeken ontdekte hij zijn talent als verkoper. In 1862 – midden in de Burgeroorlog – schakelde hij over op de verkoop van levensverzekeringen. Na twee jaar werd hij voor zijn maatschappij hoofdagent voor Boston.

Zijn gezondheid werd weer slechter en vanaf 1870 moest hij zijn agentschap opgeven. Dertien jaar lang leidde hij een rondreizend bestaan. In 1883 dook hij toch weer als verzekeringsagent op in New York.

De concurrentie was bikkelhard. Alle documenten moesten met inkt worden ondertekend. Nadat hij op zekere dag een uitgebreide polis met een van de toen gangbare vulpennen had geschreven, had hij met zijn klant een afspraak voor de zo belangrijke ondertekening.

Zijn pen liet hem echter in de steek en gaf niet een handtekening te zien, maar een grote inktvlek waardoor de polis om zeep was. Hoewel hij snel een duplicaat vervaardigde, was een rivaliserende makelaar hem voor.

Volgens een andere versie was de klant bijgelovig en zocht hij daarom zijn heil bij een andere agent. Wat er ook van zij, Water man erkende na dit incident dat er behoefte bestond aan een betrouwbare vulpen. Met zijn aangeboren technisch talent zette hij zich aan het werk.

Hij wist dat het grootste probleem de inktstroom was en was van oordeel dat het principe van de capillaire attractie de oplossing bood. Dit verschijnsel kun je ook in een glas water waarnemen.

Als je er een heel dun rietje in stopt zal het water in het rietje hoger komen te staan dan het water in het glas zelf. De vloeistof is als het ware omhooggekropen. Bij een vulpen wordt gebruik gemaakt van dit effect.

Het glas water is vergelijkbaar met het inktreservoir (de vulling), het dunne rietje met het inktkanaal.

Met behulp van alleen een zakmes, een zaag en een vijl slaagde hij erin een toevoer te maken die niet alleen voorzien was van groeven om de inkt naar de punt van de pen te leiden, maar die er ook voor zorgde dat er lucht binnenkwam om de inktstroom te regelen.

Na talloze experimenten vervaardigde hij de gewenste toevoer, die uit een ondiepe vierkante gleuf bestond waarin drie smallere gleuven waren aangebracht. Deze inmiddels vermaard geworden techniek maakte vulpennen echt praktisch en in 1883 vroeg Waterman octrooi aan.

Het patent werd toegekend op 12 februari 1884. Hij was toen 47. Sindsdien geldt Waterman als de uitvinder van de moderne vulpen.

Het succes van zijn uitvinding leidde ertoe dat hij de verzekeringen vaarwel zei en zich op het vervaardigen en verkopen van vulpennen toelegde. Hij richtte het eenmansbedrijf L.E. Waterman Company op en installeerde zich aan een keukentafel achterin een sigarenwinkel in Fulton Street, New York.

Het eerste jaar produceerde hij ongeveer 200 handgemaakte pennen. Op zijn uithangbord stond te lezen: ‘Watermans ideale vulpen, waarborg vijf jaar.’ Hij gaf elke koper een geschreven waarborg tegen elk defect.

In het tweede jaar steeg de productie tot 500 stuks, allemaal met de hand gemaakt van hard rubber. Waterman had niet de wens zijn zaak zodanig te laten groeien dat hij ze niet persoonlijk kon leiden. Hij beschouwde elke klant als een vriend en hield een lijst bij van hun namen en adressen.

Maar de winst was niet voldoende om behoorlijk in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. In het derde jaar stelde een publiciteitsagent hem voor een kwart pagina te adverteren in een bekend magazine met een oplage van 300.000 exemplaren.

Waterman had geen geld en de agent schoot hem de 62,5 dollar voor. Had de advertentie geen succes, dan hoefde Waterman het bedrag niet te betalen. Maar ze had effect: uit het hele land kwamen er bestellingen binnen.

Door de fenomenale groei kon de L.E. Waterman Company verhuizen naar een gebouw van zes verdiepingen op Broadway 153, van waaruit hij verkoop, administratie, opslag en reparatiewerken leidde.

Hij bouwde een fabriek voor de rubber onderdelen in Seymour Connecticut en een tweede voor gouden pennen in New York City. In 1901, het jaar waarin Waterman stierf, maakten ze duizend pennen per dag. Zijn principe van inktregulering met drie-gleuven-toevoer bleef vijftig jaar lang onveranderd.

De vulpen beleefde haar gouden jaren tussen 1920 en 1940, de jaren waarin Waterman over de hele wereld werd verspreid. Na de Tweede Wereldoorlog ging zowel de Amerikaanse als de Engelse vestiging ter ziele.

Merkwaardig genoeg bleef de merknaam voortleven in Frankrijk, waar een zekere Jules Fagard de Waterman-pennen vanaf 1926 in licentie had vervaardigd. Een nieuw hoofdstuk begon toen de firma in 1969 in handen kwam van Fagards kleindochter Francine Gomez.

Ze kocht de wereldwijde rechten op het merk terug en kon tegen 1975 bogen op een winst van 2,6 miljoen dollar. De Française maakte van Waterman weer een respectabel merk. In 1983 vierde ze de honderdste verjaardag, uiteraard met een nieuw type pen, de Man 100.

In 1987 nam Gillette Waterman over.

Unilever